( 50) Mijn moeder (1913-2012) en Joseph Roth (1894-1939)

Joseph Roth was vanaf de jaren 20 een van de beroemdste Duitstalige schrijvers.
En steeds weer worden zijn boeken opnieuw uitgegeven en gelezen en blijken verrassend tijdloos en actueel. Joseph Roth werd in 1894 geboren in Galicië aan de noordoost grens van Oostenrijk-Hongarije met Rusland, in het stadje Brody waar voornamelijk joodse mensen woonden.
Hij groeide op met zijn moeder bij zijn grootouders. Hij gaat studeren in Wenen, waar in 1914 ook zijn moeder komt wonen. In 1916 gaat Roth als vrijwilliger vechten in het leger en raakt daar alcoholverslaafd. Wanneer aan het eind van de eerste wereldoorlog het Oostenrijks-Hongaarse Rijk uiteenvalt, komt Brody in Polen te liggen en vanaf dan noemt Roth zich Oostenrijker. Roth vestigt zich in Berlijn, waar hij buitenland journalist is onder andere voor de Frankfurter Zeitung en een bekend schrijver wordt.
josph r 1938 hhRoth, die uit zijn jeugd de pogroms op joden maar al te goed kende en het Fascisme op zag komen, vertrok uit Berlijn zodra Hitler in 1933 Rijkskanselier werd. Zijn boeken belandden op de brandstapel. Vanaf toen verbleef Roth in hotels vooral in Parijs of Marseille.
De Nederlandse uitgeverijen Querido en de Lange specialiseerden zich in het uitgeven van vluchtelingenliteratuur. Daarom was Roth ook vaak in Amsterdam.
Mijn moeder was een groot bewonderaar van Joseph Roth. Mijn moeder las veel en graag en had al het werk van Roth gelezen. De ”eeuwig wandelende jood” noemde mijn moeder hem, iemand, die als vervolgde jood nergens op de wereld zijn thuis kon vinden. Hoe vaak heeft zij ons niet gezegd dat we toch tenminste “Job” moesten lezen. Vier jaar na haar dood in 2016 zijn al zijn romans weer opnieuw uitgegeven en heb ik Job en de Radetzkymars in een ruk uitgelezen.
moeder met vriendin h
Moeder rechts, met een vriendin in 1934
Joseph Roth was in Amsterdam bevriend geraakt met haar broer Willem Asselbergs, de schrijver Anton van Duinkerken. Anton van Duinkerken kwam op voor de emancipatie van de katholieke minderheid in Nederland. willem met jongste kind 1934 c2
Misschien waren de Katholieken toen wel groot in aantal, de meesten waren arm en hadden weinig macht.
Joseph Roth en Anton van Duinkerken praatten veel samen over het geloof. Het was bekend dat Joseph Roth nooit bij mensen in huis kwam. “Daar is niet genoeg alcohol” zei hij dan. Een uitzondering daarop was de keer dat hij speciaal voor Nini, de vrouw van Willem een boek aan huis kwam brengen.
De ontmoetingen tussen de vrienden vonden vooral plaats in kroegen. Mijn moeder als jonge alleenstaande vrouw kwam daar niet. Daardoor had mijn moeder veel over Joseph Roth gehoord, maar ze had hem zelf nooit ontmoet.
Broer Willem met zijn jongste kind 1934 (foto: moeder)

Steeds als moeder geen werk had, moest ze weer terug naar het ouderlijk huis in Bergen op Zoom.
Zo was ze toevallig daar toen Roth met de trein door broer Willem werd gebracht.
Mijn moeder herinnerde zich nog hoe hij in zijn versleten plunje leunend op haar broer aankwam. Hoe anders zag hij er uit dan ze zich had voorgesteld. Joseph Roth stond bekend om zijn Oostenrijkse hoffelijkheid, een heer, die voor iedere vrouw een knicks maakte. Ze zag een in zichzelf gekeerde, zieke oude man. Hij was onverzorgd; hij stonk zelfs.   Dit was in 1937, mijn moeder was net 24 jaar geworden.
Roth werd ondergebracht in de kamer van Willem, waar hij rustig kon zitten schrijven.
opa met oudste van willem 36
Met mijn moeders vader kon Roth het buitengewoon goed vinden. Mijn grootvader als “de brouwer” en Joseph Roth als “de eeuwige drinker” konden samen een onwaarschijnlijke hoeveelheid alcohol aan.
Het huis van mijn grootvader, was zo een walhalla voor de alcoholist Roth.

Grootvader Asselbergs met Wiesje, de oudste van Willem 1936. (foto: moeder)
Mijn grootvader was een echt “buiten mens”. Formeel was hij dijkgraaf, dus misschien moest hij ook zijn rondes lopen. Met Joseph Roth liep hij, uren over de dijken en in de omgeving van Bergen op Zoom te wandelen en te kletsen. Dat deed mijn grootvader ook vaak met één van zijn kinderen, toen ze wat ouder waren. Maar altijd maar één tegelijk, want dan kon hij een goed gesprek voeren.
Maar de tocht zal ook langs vele kroegen geleid hebben. vader met vriendin aan bood van een visser 1934 h2
Mijn moeder vertelde, dat zij als klein meisje met haar vader op de bok van de paard-en-wagen mee ging langs de kroegen, als haar vader wekelijks het geld ging ophalen. Waarschijnlijk hoopte mijn opa dat als hij een kind mee nam, minder alcohol aangeboden zou krijgen.
Grootvader met een vriendin van moeder, varen met de vissers 1934 (f: moeder)
De brouwerij was niet meer in werking toen Joseph Roth in Bergen op Zoom logeerde. Maar iedereen kende mijn mijn grootvader als de brouwer en het bier en jenever stond vast in iedere kroeg voor hun klaar.
Als Roth niet met mijn opa wandelde, sloot hij zich op in de kamer van Willem. Het is niet bekend wat hij daar geschreven heeft. Waarschijnlijk alleen brieven of losse schetsen..
Mijn moeder moest hem dan voor het eten roepen. Niet één, maar meerdere keren moest ze naar boven om hem uit zijn kamer te sleuren. Hij kwam dan met een grote zwarte hoed op. En soms hield hij ook zijn zwarte lange jas aan aan tafel. Op de kraag van zijn jas de onafscheidelijke huidschilfers. opa en oma op bezoekin amsterdam h h-

Mijn grootmoeder was niet blij met de vriendschap van mijn grootvader met deze dronkenlap, maar het overschrijden van alle regels van het decorum door Joseph Roth was haar te veel. De maaltijd was in huize Asselbergs een voorname aangelegenheid. Vaak waren er naast  kinderen met hun aanhang ook enkele gasten aan tafel. En er werd uitvoerig gedebatteerd over de kwaliteit van het vlees en de jus.
Joseph Roth had niet zo veel met eten en gezellig, langdurig tafelen werd door hem niet erg gewaardeerd.

Grootouders in Amsterdam bij Wim en Nini 1934 (f: moeder)

Toen mijn grootmoeder vond dat Joseph Roth goed was aangesterkt en zelfstandig zou kunnen wonen, vond ze het tijd om hem te laten gaan. Ik vermoed dat hij zelf ook blij was dat hij weg kon uit het keurslijf van de borreluren en diners bij de Asselbergsen. Of is dat mijn persoonlijke projectie van het als kind gedwongen te moeten opzitten bij die gelegenheden bij mijn moeders zusters? Grootmoeder heeft iets geregeld met een man uit Antwerpen. Mijn moeder heeft verschillende keren een naam genoemd, maar die heb ik niet in mij opgenomen. Deze man kon hem onderdak verschaffen en was ook iets in de boekenhandel. Mijn moeder was er van overtuigd dat mijn grootmoeder er de oorzaak van was, dat Roth naar België verdween. Terwijl moeders vader dat jammer vond.

Waarschijnlijk is Roth daarna niet meer in Nederland geweest.
Over Amsterdam heeft Roth gezegd: “s Avonds wordt ik onrustig. Dan ga ik zwerven door de Jodenbuurt. En dan vraag ik mij af: wat gaat daar gebeuren?”

Wij weten inmiddels wat er is gebeurd.

Vlak voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog is Joseph Roth, 45 jaar jong,  in 1939 te Parijs overleden.
joseph 1938 1h-

 

 

 

 

(49) Het gat op de Laagte Kadijk. (Hoogte Kadijk 3)

Foto’s met jaartal zijn foto’s door mij genomen
In 1985 verhuisde ik met mijn dochter naar een piepklein verdiepinkje in een woongroep op de Hoogte Kadijk 46.
Mijn achteruitzicht was op het Entrepotdok, dat toen nog in diepe rust stond te verkrotten.1 IMG_20190118_0038 u klachteruitzicht 1986
Toen ik in 1985 op de Hoogte Kadijk kwam wonen waren de nrs 48 en 46 de best opgeknapte huizen aan het begin van de dijk.
Nr 52 en 50 waren van boven naar beneden kaal geslagen en de buurman van nr 48 had bij de gemeente rechtszaken lopen omdat de regen met kracht tegen de zijmuur van zijn prachtig gerenoveerde pand sloeg.
2 IMG_20190118_005611986
Deze buurman nam mij al snel mee naar het Holatuka-overleg voor bewoners van de Hoogte, Laagte en Tussen Kadijken met de ambtenaren.
Het plan was ons uitzicht dicht te bouwen met een aaneengesloten streepjeswand.IMG_1320 1
28-11-2019
Voor de muur rond het Entrepotdok was “Het gat op de Laagte Kadijk” met een speeltuintje van Aldo Van Eyk.  Aldo van Eyk bouwde tussen 1947 en 1978 700 speeltuintjes, waarvan 600 op braakliggende terreintjes in Amsterdam centrum. Her en der in de stad waren huizen afgebroken. In de hongerwinter en nog lang daarna was er groot gebrek aan brandstof. Van veel huizen, die waren verlaten, werden kozijnen, trappen, vloeren, kortom alle hout, gesloopt om in de Amsterdamse kachels te verdwijnen. Na de oorlog werden deze ruïnes opgeruimd. Zo was ook dit gat op de Laagte Kadijk ontstaan.OSI010009004582

OSIM00003002609foto’s stadsarchief

IMG_20191128_00013
1979
IMG_20190118_00543

Behalve het speeltuintje zouden ook drie puntgeveltjes verdwijnen.
Het huis naast het speeltuintje was een monument.
Ik was ook toen nogal direct in mijn uitspraken. Het effect was dat de ambtenaar die dit buurtoverleg organiseerde eens bij mijn binnenkomst riep:
“Die mevrouw er uit of ik”.            1986
Maar zoals te zien is, is de Laagte Kadijk niet een grote streepjeswand geworden en ligt er nog steeds een speeltuintje op de Laagte Kadijk.
DSC_0160 kl27-6-2017
Later bleek dat desbetreffende ambtenaar eruit gegaan is. Hij was de vader van een goede vriend van mij en we hebben nog wel eens samen teruggedacht aan die tijd, waarin hij als ambtenaar het gemeentebeleid moest verdedigen, terwijl hij diep in zijn hart het met ons tweeën eens was.
Het succes, dat we hier behaalde, stimuleerde me om actief te blijven op de Oostelijke Eilanden.
Als eerste de inrichting van het speeltuintje. Maar dat werd een jarenlang overleg met de gemeente dat uiteindelijk weinig heeft opgeleverd.
In 1986 waren niet veel van de speeltuintjes van Aldo van Eyk over. Met enkele ouders wilden wij het rustige stoere ontwerp wel behouden zoals het was. Alleen de grote zandbak hadden we met de kinderen omgetoverd tot een bloemenzee. De kinderen konden er heerlijk vrij rennen en spelen. En lieten hun fantasie de vrije loop.IMG_20191128_0004 21988
Maar de ambtenaren vonden het veel te gevaarlijk voor kinderen in de 90er jaren: Rozenstruiken hebben doorns, met tikkertje spelen op de stenen poefs kan je je benen breken en als je uit het hoge klimrek valt, heb je toch zeker een schedelbasisfractuur. Inmiddels zijn de toen geplaatste wipkippen vervangen door een wirwar van klimtoestellen en schommels. Maar lekker achter elkaar aanhollen is er niet meer bij.

Op de Hoogte Kadijk in 1985 waren de krotten 52 en 50 en waarschijnlijk nog meer woningen in bezit van drugshandelaren, waar junks hun toevlucht zochten. Aan de overkant waren Turkse pensions en zou later in een pakhuis een Turks naaiatelier komen.
Het Kadijksplein was net als nu vol cafés. Maar als Amsterdammer ging je daar niet naar binnen tenzij je in drugsbussiness actief was. Je liep daar ook niet over de stoep.

IMG_20191127_0006
Ik liet mijn dochter zelf naar het speeltuintje achterom gaan. Vanuit mijn huis had ik daar zicht op.
Op de hoek van de Tussen Kadijken was de Videotheek, waar mijn dochter al vanaf 4 jaar haar zakgeld uitgaf aan videobanden lenen, terwijl de andere kinderen er snoepjes kochten. De eigenaresse van de videotheek en ook de bandenman, die vanuit zijn keldertje op de stoep autobanden repareerde, hielden een beetje toezicht op haar als ze langs huppelde.
Via het Kadijksplein gaan, was ten strengste verboden.

1979
IMG_20191127_000821979
Een verloederde en half verlaten buurt, ik wist dat ik daar ging wonen, maar de herrie van het ombouwen van pakhuizen naar woningen en bedrijfjes had ik zwaar onderschat. De kleine luikjes zijn stuk voor stuk met drilboren uitgeboord tot grote ramen of trapportalen.IMG_20191127_0012

 

 

 

                     Entrepotdok in 1979
Maandenlang van 7.00 tot 17.00 uur non stop werd er geboord.
“Braken ze dat hele Entrepotdok maar af” dacht ik vaak, maar natuurlijk was het opknappen van het Entrepotdok de motor om Kadijkseiland van een achterbuurt om te toveren tot de prachtige buurt die het nu is.

                            30-11-2019,  6-7-2017,  30-11-2019,  30-11-2019
Als je nu over het Kadijksplein wandelt, kan je je bijna niet voorstellen dat tot in de jaren 90 hier alle cafés bekend stonden als drugsadressen.

 

 

 

(48) Wittenburgerstraat, een boekje. Wonen in Amsterdam 12

Ik heb een fotoboek gemaakt: Wittenburgerstraat.
https://www.albelli.nl/onlinefotoboek-bekijken/f1c82abc-9321-4889-abcd-b62ca8884b54&utm_campaign=crm_sml_eml_t34404&utm_medium=e-mail&utm_source=service-mail&crm_segment=all&utm_content=
De foto’s in deze blog zijn niet terecht gekomen in het boek. In het boek staan veel buren, die plaats ik niet in een blog.

Wittenburg is ontworpen als een buurt met 100% sociale woningbouw volgens een symmetrisch plan.VIA FOTOSCANNERPlan 1982, uit Van Herk & De Kleijn, Tools and Architecture, 2004
De buurt moest diverser worden dan Kattenburg, dat als één geheel ontworpen is met aan alle kanten gewassen betonnen gevels.
Verschillen architecten en afwisselender, maar toch waren de ontwerpers niet blij toen de bouw van buurthuis de Witte Boei de bedachte symmetrie doorbrak. Vervolgens bleek het terrein van de bedrijven achter de werf Beffers zo vervuild dat besloten werd dit stuk niet te bebouwen. De speeltuinvereniging die het kleine pleintje, dat later Windroosplein zou heten, toegewezen had gekregen, claimde gelijk een grote speeltuin voor de buurt. Daarmee was voorgoed de symmetrie van het oorspronkelijke ontwerp doorbroken.

 

Ik heb een boekje gemaakt getiteld: “Wittenburgerstaat” dat laat zien hoe meer dan 30 jaar later het leven op Wittenburg is. (2017 – 2019)
Met Wittenburgerstraat bedoel ik het stukje buurt tussen de Oosterkerk en het Windroosplein.
Dus de grote – en de kleine Wittenbugerstraat met de zijstraatjes.
Over de Kattenburgervaart, Windroosplein, Windrooskade en Wittenburgervaart komen weer andere boekjes.

 

Met de afbraak van Wittenburg in de jaren ’70 hebben de oorspronkelijk bewoners van Wittenburg in tegenstelling tot de bewoners van het oude Kattenburg geen recht op terugkeer gekregen.
De oude sociale structuren zijn dus doorbroken en bewoners vanuit heel Amsterdam zijn er komen wonen. Ook veel jonge gezinnen door gezinshereniging vanuit Marokko en een groot aantal andere nationaliteiten.
Wittenburg bleef een (schier)eiland en werd vrij snel weer een een hechte buurt met buurthuis “de Witte Boei”, maar vooral de Pool- en Parelschool als middelpunt.
DSC_6393 1uuInmiddels zijn er twee gebouwen met koopappartementen en worden er steeds meer sociale woningen verkocht.
De veryupping vindt volop plaats en de buurt zoekt haar nieuwe evenwicht.
De speeltuin is nu niet meer zoals enkele jaren geleden vanaf na schooltijd tot zonsondergang gevuld met een veelkleurige kinderschaar. Nu zijn er op beperktere tijden ouders of opa’s en oma’s met hun kroost of er zijn activiteiten van de nieuwe scholen of het buurthuis.

 

Toen ik in de jaren ’70 en ’80 op de Hoogte Kadijk woonde, kwam ik wel eens op Wittenburg. Maar de blik was toch op het Centrum gericht. Over “de Nieuwe vaart” was een onbekende wereld voor mij.
Een week voor haar vierde verjaardag, hoorde ik dat mijn dochter niet terecht kon op de school, waar ze stond ingeschreven. Er was verder geen enkele school in de wijde omgeving die plek had. Zo kwam zij op de Parelschool terecht, waar zij met plezier school ging.
En ik leerde Wittenburg, Kattenburg en haar bewoners kennen.
Toen ik in 1993 in de krant een advertentie zag van een woning aan het Windroosplein, heb ik niet geaarzeld en zijn we binnen 14 dagen verhuisd.
Daar heb ik nooit spijt van gehad.
Hier is de link: naar het boekje over Wittenburgerstraat:
Je hoeft niet te wachten tot het wieltje ophoudt met draaien. Het boekje is wit. Op de rechteronderhoek tikken om te openen.
https://www.albelli.nl/onlinefotoboek-bekijken/f1c82abc-9321-4889-abcd-b62ca8884b54&utm_campaign=crm_sml_eml_t34404&utm_medium=e-mail&utm_source=service-mail&crm_segment=all&utm_content=

IMG_9325 kl

 

(47) Veryupping van Parijs, ( maart 2019)

r IMG_0264 1kh

Begin maart was ik een paar dagen in Parijs. Ik logeerde in de rue Sedaine.
Ik was niet van plan om foto’s te maken, maar gelukkig had ik mijn oude canon S100 in mijn broekzak gestoken. En terwijl ik de eerste dag, dinsdagochtend van mijn hotelkamer richting de Bastille liep, kon ik niet ophouden met het maken van foto’s.

Mij viel op hoe deze straat snel aan het veranderen is. Zichtbaar slaat de veryupping in het 11e arrondissement toe.
Ik heb van de foto’s van die dag een boekje gemaakt, omdat je in die ene straat zo goed de overgang van het oude Parijs, met nog het handwerk en naar het nieuwe Parijs ziet, het domein van zzpers of anderszins werkers met hoofd en computer en oprukkende toeristen.
(de link:)
https://www.albelli.nl/onlinefotoboek-bekijken/8f15c3d8-f332-4878-a10e-903d9b1620af

r IMG_0285 1pIn de rue de Sedaine wordt kleding gemaakt, verhandeld en verkocht.

De rue de Sedaine loopt vanaf boulevard Voltaire en komt vlak bij de Bastille uit op de groene allee Boulevard Richard Lenoir.

 

 

 

                           Boulevard Richard Lenoir

De rue Sedaine is een tamelijk smalle straat, eenrichtingsverkeer, met aan weerskanten geparkeerde auto’s. De straat is 800 lang en telt meer dan 150 winkels.
r IMG_0233 1

Op de beneden verdieping zijn in die straat van voor naar achter kleermakerijen of winkels. Ik stel me zo voor dat tot halverwege in de 20e eeuw in het winkelgedeelte ook gezinnen woonden.
Op deze dinsdagochtend was bij meer dan een vierde van de winkels de rolluiken neer gelaten of de gordijnen gesloten.
Duidelijk is dat het nog echt een ambachtsstraatje is. Maar de veryupping is volop aan de gang. Er zijn inmiddels twee fietsenmakers, twee winkels met scooters en scooterhelmen en twee biologische groentewinkels, een super chique en
r IMG_0231 1een goedkopere, gerund door deze twee jongens.

Naarmate de straat de Bastille nadert gaat ze van shabby over naar bijna toeristisch. Zo zijn er veel cafés op het eind, waaronder een kattencafé.
r IMG_0315 1ckv-kWinkels voor toeristen met uitnodigende stoeltjes er voor.

De straten aan weerskanten zijn 100% opnieuw modern opgetrokken.
Dit is een steegje aan de zuidkant van de Rue sedaine:

 

 

 

Ook elders in de buurt zag ik dat binnenhofjes heel chique worden verbouwd.

 

 

 

                           De barretjes worden gebruikt als werkplek.

In de rue Sedaine zelf waren minstens zes grondige verbouwingen bezig.
De snelle veryupping is ook zichtbaar door de mensen in het straatbeeld:
Een kleermaker leunt verveeld tegen de deurpost, terwijl vaders kinderwagens met hoge snelheid langs de steigers stoep op stoep af laveren.

v IMG_0199 1uuv IMG_0198 1 Binnen één minuut na elkaar…

 

 

 

Op de kruisingen van de rue Sedaine zijn bijna alle mooie houten gevels in tact. Daar zijn nu cafés, een supermarkt en een originele bakker in.
Er zijn verschillende binnenhofjes, maar de fraaie poort van hardsteen of met tegelwerk is nu vaak dicht.  Als eerste bewoond door nieuwe Parijzenaars

Ik heb een boekje van alleen de rue Sedaine gemaakt, omdat ik vermoed dat deze foto’s snel geschiedenis zullen zijn.
https://www.albelli.nl/onlinefotoboek-bekijken/8f15c3d8-f332-4878-a10e-903d9b1620af

 

 

 

 

 

(46) Parijs mei 1971

Parijs mei 1968, de studentenopstanden, die heel even op een Franse revolutie leken, wordt meestal als het keerpunt genoemd in de geschiedenis. De komst van de jongerencultuur betekende het einde van de naoorlogse- en opbouwperiode.
Voor mij persoonlijk is altijd de Provobeweging de opmars gebleven naar de jaren ’70. Tijdens mei ’68 lag ik met Pfeiffer op bed en daarna ben ik gelijk naar de CSSR gegaan, waar IMG_20190426_0013de Praagse lente meer indruk op mij maakte. Maar omdat ook in Nederland na de bezettingen op de universiteiten Tilburg, Nijmegen en het Maagdenhuis in Amsterdam Parijs toch nog steeds als inspiratiebron werd genoemd, toog ik met een vriendin naar de viering van de herdenking 100 jaar Commune van Parijs. In mei 1971. We wilden met eigen ogen zien hoe de Fransen revolutie maakten.

 

Drie jaar achtereen was ik van een maandenlange reis met wazige IMG_zelfportretfoto’s thuisgekomen, hoewel mijn cameraatje steeds tevoren was gerepareerd. Ik was dus in de zevende hemel toen ik van mijn peetoom een yasica 500DE kreeg..
Deze reis was een goede gelegenheid de camera uit te proberen.

Dit is eerste foto, genomen met de nieuwe camera vanuit een van de vrachtwagens, waarmee we naar Parijs liftten.

 

IMG_20190426_0007 1u

Toen ik me begin maart een weg baande door “de gele hesjes” op de Champs Elisee, moest ik aan deze demonstraties van toen denken. Maar het gevoel was wel heel anders.
Zaterdag 2 maart 2019 nog in de ochtend, dus de demonstratie was niet eens begonnen, stond de politie al in militaire formatie opgesteld. Als nietsvermoedende toerist, ga je timide door het politiekordon. Gele hesjes in zo’n hoeveelheid voelt ook als een uniform: de legers formeren zich. In de stad zagen we her en der zwaar bewapende types. Ook vrouwen in kogelvrij vest, arm- en kniebeschermers en met machinegeweren. Militairen in oorlogsuitrusting. ’s Avonds in de hotelkamer op vijf zenders urenlange IMG_20190426_0008 1lifesteams van de gevechten, het kat en muis spel van de legers, de plunderingen en brandstichtingen in een tiental steden in Frankrijk. Die dag waren er in Bordeaux de meeste vernielingen en aanhoudingen ongeveer 200.

In 1971 was de meest agressieve daad van de demonstranten: onverwachts een eindje in formatie te gaan rennen in een dribbelpasje onder scanderen van leuzen. (“ho, ho, ho Chi min” roept lekker al rennend)
IMG_20190426_0009 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In 1971 waren de vlaggen en de banieren strijdlustig, maar inmiddels was Woodstock geweest en had waarschijnlijk de vredelievendheid van de flower power beweging ook Frankrijk bereikt.
Kinderen waren welkom en de straatklinkers werden niet uit de straten gehakt.

 

IMG_20190426_ u

IMG_20190426_0012 1

 

 

 

 

 

 

IMG_20190426_0010 1

 

Grote teach-ins op de universiteiten.

Naast democratisering was internationale solidariteit: Vietnam en Cuba een belangrijk thema.

 

 

IMG_20190426_0014

 

 

 

 

 

Pers en muzikanten waren aanwezig.

 

De eeuwig volgekladde faculteitsgebouwen en studentenflatsIMG_20190426_0011 1h

En elders in Parijs ging toen, net als nu in 2019, tijdens demonstraties het gewone leven zijn gang.

 

IMG_2019 1

IMG_201 1IMG_2019042 1

 

IMG_201904 1

IMG_20190 1

 

(45) De bevrijding kwam geleidelijk.

moeder 1941 1        De bevrijding, verteld door mijn moeder (1913) in april 2010

De bevrijding kwam geleidelijk. Het begon met de buurman. Hij bonkte op de deur. “Ik heb er één! Ik heb er één!” Hij had het over een  sigaret. Dat vonden wij niet interessant. Maar het betekende dat de bevrijders in de buurt waren! Ik zette je broer het mutsje op dat ik speciaal voor deze dag had gebreid met oranje wol uit het geboortepakket, dat ik bij zijn geboorte in Amsterdam had gekregen. En daar gingen we. Je broer kon net lopen. Hij trots voorop met dat oranje mutsje met boven op rood wit blauw. Maar toen we de Roy van Zuidewijnlaan in gingen, begonnen Duitsers ineens op ons te schieten. We zijn in één ruk naar huis gerend. Of er in Breda op straat gedanst is, weten we niet, want wij zaten in angst binnen.
IMG_20190426_0002

Natuurlijk waren we blij met de bevrijding, maar ik vond het ook een rottijd want alles gebeurde tegelijkertijd.

In de oorlog had iedereen mensen in huis, die niet direct tot het gezin behoorde. In Amsterdam hadden we ook voortdurend rare snuiters die een paar dagen bleven en dan weer gingen. Mannenzaken waren dat. Ik werd als vrouw nooit gekend in de dingen die je vader deed. Ook woonde de vader van je vader tot aan zijn dood in onze bovenwoning. Ik was hoogzwanger en hij was zo veeleisend! De Duitsers hadden soldaten gehuisvest in zijn bejaardentehuis.
In Breda hadden veel mensen familie in huis, die ergens anders in Nederland hadden gewoond, maar wiens huis gebombardeerd was.

Door een ingewikkelde woningruil konden we hals over kop van Amsterdam naar Breda verhuizen. Je vader kreeg een vals paspoort en we moesten weg. Dat wij met zijn drietjes vlak voor de bevrijding alleen in een gezinswoning kwamen wonen, viel op. Daarom dachten de buren dat we NSB’ers waren en ik kende er niemand. Ik vond dat geen fijne tijd.

Nu Breda bevrijd was, klopten er mensen aan die helemaal uit Duitsland waren gelopen. Ik herinner me een man; hij had ons adres gekregen van de pastoor, waarmee we wel contact hadden. De pastoor wist dat wij ruimte in huis hadden. Die man was zo vies en had een lange baard. Hij stonk vreselijk! Wat was hij blij dat hij een gewassen schoon overhemd aankreeg. Hij mocht je vaders beste pak aan. Maar dat stelde ook niet veel voor. Ik had de broek vanachter wel tien keer met een ander lapje versteld. Hij moest naar Leiden. Zodra het kon is hij in vaders pak de Biesbos overgestoken, nog voordat het Noorden was bevrijd.
In die tijd kwam voor een tijdje een goede vriend van ons, die ook in Duitsland was geweest. Hij vertelde dat de joden in Duitsland niet te werk waren gesteld, maar gelijk waren vergast. “Zeg toch niet van die gekke dingen” zei ik tegen hem. Ik kon echt niet geloven, dat de mens zo slecht is om zo iets te doen.
Pas heel veel later kwamen de verhalen dat het echt zo erg en nog erger was geweest.1943klu-

In Breda hadden we natuurlijk meer te eten dan in Amsterdam, maar geloof maar niet dat we daar na de bevrijding gelijk wittebrood hadden. Voor je broer, die ondervoed was en van de huisarts speciaal eten moest hebben, haalden we tot ver na de bevrijding een halfje wit bij twee oude dames die in de stad op een bovenetage woonden. Wij zelf aten natuurlijk grauw brood. Het duurde lang voor we weer van alles hadden. Ook na de oorlog had je voor schaarse goederen bonnetjes van je bonkaart nodig. Pas in de zomer van 1947 ging de suiker van de bon

Ik was nog heel lang bang dat het weer oorlog zou worden. Met alle angsten die we in Amsterdam hadden. Het idee dat dat weer terug kon komen was echt jarenlang een schrikbeeld voor me. De koude oorlog noemden ze dat toen. Dan hadden ze het over het rode gevaar; de rode legers die vanuit het Oostblok zouden komen en daarna het gele gevaar: de chinezen. Pas toen die koude oorlog voorbij was met Gorbatsjov (1990), kwam voor mij de echte bevrijding.”

 

De bevrijding van Breda: 29 0ktober 1944
Vanaf eind september bereidde Breda zich voor op een veldslag. Krijgsgevangen Canadese soldaten waren ondergebracht in de Cavaleriekazerne. In de wijde omgeving van Breda ontploften regelmatig grote munitiedepots door aanvallen van de geallieerden.
Op vrijdag 27 oktober 1944 bereidden de Polen een grootscheepse aanval richting Breda voor en op zaterdag zagen de burgers van Breda de artilleriegevechten boven hun stad. De bewoners hadden zich met hun voedselvoorraad in hun schuilplaatsen teruggetrokken (mijn ouders zaten onder de trap). Aan de zuidkant van de stad werd het klein seminarie ´De Ypelaer´ en aan de noordkant het grote postkantoor door de Duitsers in brand gestoken. Aan de oostkant bliezen de Duitsers een kerktoren op.
De avond valt en het gedaver van ontploffende granaten gaat door. Slapen is niet mogelijk door het oorlogslawaai. Die ochtend weten een paar BS´ers de binnenstad van Breda te bereiken en vertellen, dat de bevrijding van het Ginneken en de aangrenzende stadsdelen een feit is. Sommige burgers verlaten hun schuilplaatsen en trekken naar de bevrijders, 10 minuten verderop. Onderweg stuiten zij op een verzetshaard en na een kort maar hevig gevecht aan het Wilhelminabrug trokken de Duitsers zich terug en gaven de toegang tot de binnenstad daarmee vrij. In een triomftocht trokken de Polen door de binnenstad. Breda was vrij! (Bron en foto’s. http://www.tweedewereldoorlog.org)
gettyimages-3134856-1024x1024

 

(44) Praagse winter (deel 3 van “Praagse lente”)

0 1 IMG_20190215_0016 2Vervolg op blog 41: Praag 21 augustus 1968

Voor de meeste mensen en als je googelt, is Praagse lente een synoniem voor Russische invasie en de zelfverbranding van Jan Palach.
Ikzelf kwam in augustus nog helemaal in de euforie van de Praagse lente thuis. Boos op de media die naar mijn mening toen meer in het teken stonden van de koude oorlog, dan medeleven met de Tsjechen die vochten voor democratie en hun net herworven vrijheid.
Inmiddels woonde ik in Amsterdam en was de naam van de Nederlandse afdeling van de SCI (Service Civil International) veranderd in VIA. We kregen een uitnodiging van de Tsjechische tak van de SCI voor een opheffingsfeest eind december.       Briefkaart 1 IMG_20190215_0006 1Na een barre tocht in een deux-chevauxtje, door meters hoge sneeuw al in Zuid-Duitsland kwamen we uiteindelijk na een nacht doorglibberen in Praag aan. Na een paar dagen hadden we nog steeds geen contact met de organisatie. We vreesden het ergste omdat veel studenten het land uit gevlucht waren. We kwamen Duitse deelnemers van het kamp Cernosice (zie blog 40) tegen en ontdekten dat Mirek en Katka nog in Praag waren.IMG_20190215_0011 1b  En er stond inderdaad feest op stapel, de laatste daad van de Tsjechische SCI waarmee nog het beetje overgebleven geld werd uitgegeven.
Het tiental Tsjechen, dat ik kende uit de zomerkampen van 1967 en 1968 was het land uit. Marian uit Bratislava was de Moldau overgestoken en zou spoedig naar de VS gaan. Vladja en Jiri waren in West-Duitsland zoals de rest en Katka stond op het punt om met haar hele familie naar Australië te emigreren.

 

 

Jan Palach zou zich een paar weken later in brand steken als protest tegen de communistische overheersing, maar Wenseclaus was al veranderd in een monument voor de slachtoffers van de invasie en de vermoorde democratie. Dag en nacht stonden daar padvinders met de vlag en altijd waren er mensen om ondanks de voortdurende sneeuw bloemen te leggen.  IMG_20190215_0004 1   Her en der stonden Russische tanks om de Tsjechen in te peperen dat Russen de baas waren. Het was ten strengste verboden Russische tanks te fotograferen, maar ik kon het natuurlijk niet laten. En tot mijn schrik werd ik ook gelijk door een agent in burger in de kraag gevat. Ik ging gewillig mee naar een bureau vol jongens in uniform, waar ik direct mijn camera opende. Ik zei dat zo de foto’s gewist waren en smeekte hen het rolletje niet af te nemen omdat ik zoveel mooie foto’s van Praag in de sneeuw had. Ik had tijdens de wandeling naar het bureau wel snel het rolletje een heel eind doorgespoeld.
praag dec1968De sfeer die winter was onder jongelui nog gedeeltelijk rebels. Er hingen cartoons over de Russen en de grappen waren niet van de lucht. We doen als brave soldaat Svejk werd me vaak gezegd. De Tsjechische romanfiguur Joseph Svejk volgde in de eerste wereldoorlog in de Pruisische leger de bevelen van zijn meerderen zo letterlijk op, dat hij daarmee het gezag ondermijnde.

 

 

Deze briefkaarten werden openlijk verkocht.
Maar in de loop van dat jaar verdween uit de steden een hele generatie jongeren om in het buitenland te gaan studeren. En het Russische communisme had het ijzeren gordijn weer stevig rondom Tsjecho-Slowakije dichtgetrokken.   Foto’s zonder sneeuw, waarschijnlijk nog uit augustus:

 

 

Mirek, de enige die er die zomer vanuit ging dat de Russen zouden komen, is uiteindelijk ook weer als enige, gebleven. IMG_20190218_0001 2 Hij heeft een heel zwaar leven gehad. Zijn werk als jazztrompettist en muziekdocent was hij kwijt. Ook zijn vrouw, die vertaalster Tsjechisch-Nederlands was en een groot fan van Wolkers, had geen inkomen meer. Zij werden uit het huis, waar je vanuit de keuken zo in het park van het Hrad stapte, gezet. Hun straat is nu “het gouden straatje”waar toeristen uren in de rij staan. Met schoonmaakbaantjes hielden Mirek en Blanca zich in het leven totdat na een paar jaar bleek dat Blanca kanker had.p 00 1u

 

 

In 1994 heb ik Mirek in Praag weer ontmoet. We hadden een paar dagen heel fijne gesprekken. Branca was al jaren dood en hijzelf was ook ziek. Hij schaamde zich zo voor zijn armoede, dat hij mij een niet bestaand adres heeft opgegeven. Later heeft hij mij nog een door hem gemaakte zeefdruk gestuurd.
prs 1

Nadat met de val van de Berlijnse muur in 1989 een eind is gekomen aan de Praagse winter is de Praagse lente vergeten.

Oostenrijk, Hongarije,Tsjechië, waren eens het centrum van de Europese beschaving.

De EU had haast om zoveel mogelijk Oostbloklanden toe te laten om zo bij uiteenvallen van het grote SSSR de macht aan de westkant van het voormalige ijzeren gordijn te vergroten.
Nu houden we ons hart vast of in Midden Europa de democratie geen geweld wordt aangedaan.
IMG_20190218_0004 1

(43) Zon over Kattenburg en Wittenburg (wonen in Amsterdam 11)


Ook in onze buurt komt de zon op en gaat deze onder, schijnt door de bomen of op het water.

Ik noem het totaal van al mijn blogs een fotoblog, maar eigenlijk zijn het verhaaltjes geïllustreerd met foto’s van mijzelf.
In mijn fotoboeken gaat het om de foto’s en is er zo goed als geen tekst.

Dit jaar werd ik onder de titel van “hedendaagse fotograaf” gevraagd 10 foto’s te verkopen ter gelegenheid van een veiling met historische foto’s van de Oostelijke Eilanden. Ik houd van mijn buurt en heb dus heel veel foto’s van de Oostelijke Eilanden. Maar ik houd vooral van de mensen in mijn buurt. En babbel met hen, terwijl ik foto’s maak.

Daarom dacht ik in eerste instantie: “Ik kan niet meedoen, want ik kan niet mijn buren verkopen om bij anderen aan de muur te hangen.” Maar al scrollend door al mijn mappen van 2018 kwam ik toch een 150-tal geschikte foto’s tegen waar geen mensen opstonden.

Voor dit boek heb ik 70 foto’s gekozen van Kattenburg en Wittenburg.

Na alle negatieve publiciteit over deze eilanden wil ik laten zien dat daar ook veel schoons te beleven valt. Ik noem foto’s die niet over mensen gaan: STRAATLANDSCHAPPEN.

Hier is dus het fotoboek

STRAATLANDSCHAPPEN 2018 KATTENBURG & WITTENBURG:

https://www.albelli.nl/onlinefotoboek-delen/42bdbe45-7a27-435a-b93d-8e79a14bc65a?utm_source=Service-Mail&utm_medium=E-Mail&utm_campaign=CRM_SML_EML_T27211&id=26884782

Als het je bevalt, bekijk dan ook:

JAARBEOEK OOSTELIJKE EILANDEN 2017

https://www.albelli.nl/onlinefotoboek-bekijken/b207580a-1598-401c-8207-1ec31edbccfa

Het streven is om veel fotoboeken te maken waar de mensen in hun omgeving of de gebeurtenissen centraal staan. Deze heten Straatboeken.

Het eerste is

WAT GEBEURT ER IN MIJN STRAATJE,

een beschrijving van mijn uitzicht: Windroosplein 2 tot 29.

https://www.albelli.nl/onlinefotoboek-delen/8b2e245f-8ffc-4fc3-9354-2062bd41c3d3?utm_source=Service-Mail&utm_medium=E-Mail&utm_campaign=CRM_SML_EML_T27211&id=26884782


 

(42) Baden in de jaren ’70 (Wonen in Amsterdam 10)

Vervolg op Wonen in een havenbuurt, Hoogte Kadijk (34)
De foto’s van Brouwerij het IJ zijn van 2018, de zwart/wit foto’s van zomer 1971, tenzij anders vermeld. DSC_9899 klein
Op de Hoogte Kadijk was vanaf waar de pakhuizen ophielden tot aan het Kadijksplein ieder huis aan weerskanten van de dijk een winkeltje. Zelf woonde ik boven een wasserij. Bij de buurman, groenteboer in de vochtige kelder van zo’n kleine Sibbelwoning, kwam ik niet. Ik ben gevoelig voor vlooien. Wel bij de bakker en kruidenier, de man met gasflessen en de winkel voor stookolie. In de meeste winkels kwam ik niet. Ik herinner me een winkel met sigaren en tabak en één met schuimrubber, iets met verf, zijden stoffen en kolen. Was er ook niet een winkel met heet water? Ik kan het allemaal niet meer bedenken, want ik kon het ook niet gebruiken. Voor de dagelijkse boodschappen kwam ik dus niet verder dan een paar huizen in mijn straat.
Maar om te baden moest ik toch iets verder weg .
DSC_9771 kl

In het badhuis van toen wordt nu bier gebrouwen.
Pas toen ik in 1985 weer op de Hoogte Kadijk kwam, had ik mijn eerste eigen douche.
In de jaren ’70 douchte ik, zoals de meeste van mijn vrienden buitenhuis. Er waren toen nog badhuizen en ik ging naar een zwembad of de studentenflat, die daar eenzaam op Kattenburg stond.
Het dichtstbijzijnde badhuis was aan de Funenkade bij molen de Gooyer.Afbeelding (5)
Briefkaart uit 1940
Dit gebouw is in 1911 als badhuis voor de buurt gebouwd, maar ik vraag me af op het op deze kaart uit 1940 in gebruik was als badhuis, omdat er een bedrijfsnaam op de gevel staat.
In 1969 in ieder geval wel.
DSC_4326 1k
Dit gedeelte van wat nu het café met terras van Brouwerij het IJ is, staat mij bij als het badhuis van toen. Maar waarschijnlijk is het de achteruitgang, waar je schoon en wel naar buiten stapte.
DSC_9773 kl

Want dit moet de ingang geweest zijn. Dat bevestigden buurtbewoners mij, die er ook vroeger kwamen baden.
Ik herinner me:
Je kwam binnen in de wachtkamer. Daar stond een reusachtig groot aquarium met tropische vissen. Je kon dan al mensen in het bad horen plonzen en een vrouw die riep: “Uw tijd is om!”. Bij een pronte dame in een groot wit schort moest je kenbaar maken of je een stortbad of een ligbad wilde. Ik nam natuurlijk een stortbad, want dat vond ik al duur genoeg. Je kon ook handdoeken huren, maar dat deed ik nooit. Je kreeg een kaartje en ging je in de kleedkamer omkleden. In de doucheruimte stortte een brede straal warm water op je hoofd en dan was het weer voorbij. Als je je te lang stond af te drogen, ging de dame op de deur bonzen.
Baden in het badhuis vond ik echt een luxe.

 

Binnen  in Brouwerij het IJ zijn nog deze sporen te vinden

 

Dit moet de achterkant van het badhuis zijn geweest.
Je kan goed zien hoe het badhuis tegen de molen aangebouwd is. Ik kan me van de molen uit de jaren ’70 niets herinneren..

B5572DA9-A7D4-47B9-879C-F2A03450D49C

Vaker ging ik naar een zwembad. Je kon daar ook een kaartje kopen voor alleen douchen, maar ik ging zwemmen en na afloop onder de douche mijn haar wassen.
Het Heiligerwegbad was het dichtste bij, geschikt om baantjes te zwemmen.

Het Heiligerwegbad, nu een uitgang van de Kalvertoren
(foto van internet)

Maar het Zuiderbad met de grote fontein, die golven maakte, was gezelliger. Nog steeds zijn daar de badhokjes rondom het bad. Maar hebben ze daar ook nog de katoenen gordijntjes?in zwempakje c
Toen in 1976 het Zuiderbad gesloten zou worden, is het in 1978 gekraakt en heb ik daar nog achter de kassa gezeten. We waren trots dat we het schoonste zwembad van de stad waren. We vonden daar een enorme stapel blauw katoenen badpakken en zwembroeken en daarbij witte handdoeken. Toen zijn we naast kaartjes verkopen, zwemgoed en handdoeken gaan verhuren.  Zo zagen die badpakken er uit. (1988) Hele kleintjes, maar ook supergrote maten.

Van Zuid terug naar de Oostelijke Eilanden.
Was Hoogte Kadijk een eigen wereldje……..
Over de Nieuwe Vaart kwamen de meeste Amsterdammers toen helemaal nooit.

De studentenflat “Kattenburg” heeft dat, denk ik, voor het eerst doorbroken.
Deze stond daar grijs, een blok beton in zijn eentje voor een enorme vlakte met puin. Douchen in de studentenflat was voor mij toen de belangrijkste reden om regelmatig de kattenburgerbrug over te steken.

DSC_0987 v-

De brug over naar de studentenflat (2015)

 

 

 

Onder de Kattenburgerbrug met zicht op de Nicolaaskerk
br 2 bew
De steiger rondom het torentje van de Oosterkerk moet voorkomen dat er stenen van het torentje naar beneden vallen. De torenspits van de nu afgebroken St Annakerk is ook te zien.

 

Zicht op de Oosterkerk, roeiers saluut Sail (2015)

De deuren van de flat waren nooit op slot. Via de buitendeur kon ik zo doorlopen,  als ik wilde en liep ik de grijze moderne trappen op naar een willekeurige verdieping. Ik liep door de gang met aan weerskanten de kamertjes. Veel deuren stonden open en gaven zicht op een onopgemaakt bed en een vloer bezaaid met kleren of stapels propagandamateriaal of ander papier. Vlak voor de keuken waar het vuile vaatwerk standaard op het aanrecht stond opgestapeld, was de douche. Overdag kwam ik bijna nooit iemand tegen. Als ik wel iemand zag, groette ik die vriendelijk. Ik kende wel een paar studiegenoten die er woonden, maar die sprak ik in de mensa of tijdens college.

Nu heeft de studentenflat een mooi kleurtje gekregen. (2017)Studentenflat

foto stadsachief

Natuurlijk kwam ik weleens vaker op Wittenburg.
De Kattenburger- en Wittenburgergracht waren een aaneengeschakelde rij van winkeltjes. Op Wittenburg kwam ik voor Jantje van Alles naast de Oosterkerk. Ik kocht daar een paar keer per jaar nieuwe pitten voor mijn Aladinkacheltje.foto's-rietje-en-elly-010

foto via internet:
http://buurtwinkels.amsterdammuseum.nl/jantje-van-alles-van-petroleum-tot-suikergoed

Op de Oostelijke Eilanden woonden destijds, zoals bekend, veel Provo’s met de woonboot van Kees Hoekert, de Lowlands Weed Company op de Kattenburgergracht als middelpunt.
Deze groep was net iets ouder dan ik, maar ik had daarin wel een paar vrienden.
Zoals de fotograaf van deze foto:

IMG_2 beDit portret van mij is genomen op een plat dak op Wittenburg (1973)
We klommen ’s avonds met een fles wijn zijn dakraam uit. Hans woonde aan het begin van Wittenburg bij de Oosterkerk . We keken dan vanaf het plat over een zee van puntdakjes, filosoferend over het wel en wee van de wereld tot diep in de nacht.


juffr DSC_1033
2015

De Scharrebiersluisbrug was toen en nu nog de verbinding van de Hoogte Kadijk met Binnenstad.
De brug en de sluis lijken in al die jaren dezelfde gebleven. De Brugwachter hengelde al jaren niet meer met het klompje om geld op te halen bij passanten, die geen havengeld betaald hadden. Maar pas afgelopen jaar is de brugwachter helemaal vervangen door automatisch toezicht vanuit een centrale over de hele stad. Het is nog maar de vraag of dat goed zal gaan.

 

 

 Gaypride 2016

 

 

(41) Praag: 21 augustus 1968, (deel 2 van “Praagse lente”wonen in Amsterdam 9, zomers weg)

 

 

 

(vervolg op blog 40 “Praagse lente”)
Doodop dook ik op 20 augustus in bovenste bed van het stapelbed op de bovenste verdieping in een jeugdherberg in het centrum van Praag. Ik had enkele dagen achtereen alleen Tsjechisch gesproken met vrachtwagenchauffeurs boven het geluid uit van de dieselmotor. Op mijn manier dan: met behulp van het opschrijfboekje, waarin ik alle woorden opschreef die ik had begrepen. Ik verheugde me er op in Praag al mijn vrienden te ontmoeten.
DSC_8958 bBriefkaarten, die ik aan mijn ouders heb gestuurd
Ik werd ’s morgens gewekt door de propere schoonmaaksters die met me vertelden dat ik de jeugdherberg moest verlaten. Tussen 10.00 en 17.00 moest je toen altijd op straat verblijven. Het was een onrustige nacht geweest. Naar mijn gevoel vol onweer en gedonder van ruziemakende toeristen op de gang.
Toen ik opstond, zag ik dat alle bedden waren ontruimd en er zo goed als geen bagage van andere backpackers was. Ik werd aangesproken in het Russisch door een viertal gezette Russische dames. Natuurlijk ook wel jongelui, maar als je 18 bent, is een paar jaar ouder al gelijk een heel verschil.
Er was een invasie door het Russische leger en nu durfden zij de straat niet op. Er waren die nacht nogal wat kanonskogels over ons heen gevlogen. Ze stonden te bibberen van angst. Of ik met ze mee wilde gaan. Ik moest natuurlijk ook ontbijten dus wij met zijn vijven op stap.
 Aan het begin van de Vaclavski Namesti was mijn favoriete eettent met heerlijke milkshake voor 10 cent. Maar gelijk bij de jeugdherberg op de stoep van de Narodni werden we al geconfronteerd met de bezetting.
narodni
De tanks met hun rupsbanden trokken hele sporen in uit het warme asfalt van de Narodni.
De dagen die volgden zouden voor mij een totale chaos worden, wanhopig zwervend door Praag. Heen en weer geslingerd in opgenomen worden in het optimistische strijdgewoel van de Tsjechische menigten en op zoek zijn naar mijn vrienden, die niet meer te vinden waren. De gebeurtenissen van toen emotioneren me nog steeds zo, dat ik nu nog er om kan janken. Ik heb geen aantekeningen en weet ook niet hoe lang ik er was, 6 of 9 dagen, een week? Ik heb alleen onderstaande foto’s . Maar al de eerste dag heb ik mijn camera laten vallen en was ook het filmpje op.
narodni naar vlaclavski namesti
Tanks rijden vanaf de Narodni de Vlaclacski Namesti op.
Maar goed, wat moest ik met die Russinnen nadat we ontbeten hadden. Zij hielden angstig hun mond stijf dicht, om niet als Rus herkend te worden. Ze hadden bij toeval mij gevonden, klampten zich aan mij vast en waren niet van plan mij te verlaten. “Breng ons naar het Russische leger”, vroegen ze me. Zij wisten dat dat boven op de berg aan de andere oever van de Vltawa was. Dus wij op stap. De absurditeit van de situatie drong wel een beetje tot me door, maar ik ben nu eenmaal iemand die graag handelt en helpt. Maar de situatie werd nog gekker toen ik daar op de rand van een fontein Harry Mulisch met een mij vaag bekende Nederlander zag. Hij rookte rustig zijn pijpje alsof er helemaal niets aan de hand was. In een krantenartikel over zijn bezoek aan Praag zou hij mij omschrijven als een hippiemeisje en later gebruikte hij bij een schrijven over studentenacties nogmaals die term. Totaal onbegrip dus tussen ons .algemeen handelsblad Mulisch

Schrijvers wordt hun standpunt gevraagd over de invasie in Praag. Dit was het standpunt van H.M. Nu begrijp ik dat hij zo onbewogen was in Praag..)

 

 

 

In de eerste kolom het commentaar van het Algemeen Handelsblad. Daarnaast Karel van het Reve en Gerard van het Reve. Pas nu lees ik dat er dagenlang in alle kranten gediscussieerd is over de Russische invasie in CSSR.
Ik was natuurlijk blij even met iemand gewoon te kunnen praten over de situatie. Daarna trok ik ik verder met de vier dames op sleeptouw.
We klommen omhoog en omhoog door het park en ja hoor, daar stonden colonnes vrachtwagens en tanks. De dames fleurden op en ik leverde ze af aan iemand in een uniform. Maar daar stond ik toen in mijn eentje midden in het Russische leger.
Ik liep naar beneden naar de stad en probeerde me op het brede hete asfalt in de totale verlatenheid afgezien van heel veel militair materiaal en enkele soldaten, zo klein en onopvallend mogelijk te maken. Ik kwam zonder problemen weer terug ik in het rumoer.
uitzicht van bovenaf
Zo ziet Praag er vanaf de overkant uit
Die middag werd er helemaal aan de andere kant van de Vaclaski Nameski (Wenseclausplein) door de tanks die midden in de menigte stonden, volop geschoten. Het leek alsof ze het Nationaal Museum onder vuur namen en misschien deden ze dat ook. Het was de bedoeling dat ze een radiostation daar in de buurt uitschakelden. Want alle media waren gelijk in de vroege ochtend van de inval onmiddellijk actief geworden. DSC_8961 bOveral werden er kranten uit gedeeld. Meerdere edities per dag werden met vrachtwagens aangevoerd.wenspl 000000 18 (1hc)De Russische tanks stonden daar vast in de mensen en jongelui klommen er op en wilden praten met de soldaten die er in zaten. De pamfletten die de verbouwereerde soldaten in handen gedrukt kregen, waren in het Russisch.
brief 2 soldaten b

Niemand was bang. Er heerste meer een feeststemming. Als tanks schoten dan konden ze alleen ergens hoog een dakraam raken, want dichtbij schieten konden ze niet. Alle Tsjechische jongeren spaken Russisch en gingen met de soldaten in debat: “Waarom zijn jullie hier?” De soldaten zelf waren zeer jonge knaapjes. Soms wisten ze niet eens in welk land ze waren, maar hen was verteld dat ze als bevrijders zouden worden binnen gehaald. Je zag ze verbroederen met de Tsjechen en V-tekens maken.

vacl pl 18 (5)

 

 

 

De vlag wordt op Wenseclaus geplant.
Achter het National Museum woonde Katka met haar familie. Het was een woonwijk met grote barokke complexen. Van de grove betonnen versierselen waren in de loop van de jaren brokstukken afgebroken en de stalen pinnen staken naar buiten. Ik belde aan. Niemand thuis. Regelmatig liep ik die en de volgende dagen naar dat adres, maar nooit was iemand thuis. Zo verging het mij ook bij de andere zeven adressen van de vrienden waar ik zou logeren, die kende uit de werkkampen (zie vorige blog). Later zou ik horen dat ik Mirek, Vladja en Ivo en anderen had kunnen vinden op of via de redactie van de Literarny Listy, dat fungeerde als een van de hoofdkwartieren van actievoerders.

 

 

Overal was er dus nieuws te krijgen. Maar alleen in het Tsjechisch. Zo was het voor mij de situatie niet helemaal duidelijk.
Dubcek, de leider en inmiddels nationale held van “het communisme met een menselijk gezicht”(lees vorige blog) was gelijk de 21e ’s morgens gevangen genomen en naar Moskou gevoerd. De hele regering en het partijcongres verklaarde zich toen solidair met Dubcek. De dag er op ging de conservatieve president Svoboda die nu ook achter de nieuwe democratie van het Tsjechische volk stond, hem terughalen. Enkele dagen later kwam Dubcek als een gebroken en gemarteld man weer terug.
tv 1Televisies stonden op staat en zonden uit.
Ik zag dat er geen Russische soldaten meer waren. Langs de Vltawa (Donau) stond een eindeloze rij met open vrachtwagens gevuld met kleine Aziatisch uitziende mannetjes. Ze waren bang en spraken niet een taal die iemand begreep. In mijn herinnering waren ze niet bewapend. Het deed me wel beseffen hoe eindeloos groot de USSR moest zijn.

 

 

Ik liet mijn Agfa clack camera vallen, zodat na herhaald repareren ook de komenden twee jaar mijn foto’s onscherp en/of bewogen zouden zijn en mijn filmpje was vol.
Na een paar dagen belde ik de Nederlandse Ambassade. Eerst konden we het land niet uit. De grenzen waren gesloten. Overal stonden Oost-Europese troepen. Toen waren de grenzen open, maar was de stad omsingeld (of andersom).
Toen konden toeristen met auto een colonne vormen om het land te verlaten. Maar ik had geen auto en ik wilde het land niet verlaten. Ik wilde mijn vrienden vinden. Toch belde ik om de dag de ambassade, voor mij het enige steunpunt waar ik begrijpelijk nieuws kon krijgen. Uiteindelijk sommeerden zij mij me persoonlijk met mijn paspoort te komen om me te laten registreren. Dit deed ik en toen werd ik gelijk in een auto bij een Nederlandse familie gestopt. Dit was volgens hen de laatste colonne die ze organiseerden naar de grens.
Huilend zat ik op de achterbank tussen de kinderen geklemd.
afscheid 300 b
Dit had ik achter op een pamflet geschreven en hield ik voor het raam.

Ik liet mijn vrienden, mijn geliefde Tsjechië en mijn idealen in de steek.
In Nürnberg werd ik verweesd afgezet en het gezin ging op vakantie in Italië.

Wordt vervolgd met “ Praagse Winter” .