“Jodenbreestraat”, Wonen in Amsterdam 4

Zwart/wit foto’s  zijn van mij uit 1971 (tenzij anders vermeld)
Kleurenfoto’s uit 2017

Het woord “Oorlog” was bij ons thuis taboe.
In mijn jeugd was dat toch niet zo in alle gezinnen.
Het enige feest, waarbij niet alleen familie, maar ook veel buren en vrienden werden uitgenodigd, was de verjaardag van mijn vader. Het was gezellig, een wijntje, sigaren en sigaretten voor ieder op tafel. Moeder had schalen met hapjes gemaakt. En in no time gonsde het woord oorlog rond. Meestal stoere of grappige verhalen.
Na enige tijd moest altijd iemand uit het bezoek opmerken: “Ik heb Karel al een tijdje niet gezien, wat doet hij?” En dan gingen ze hem zoeken. Dat hadden ze maar beter kunnen laten, want wij wisten wel waar hij was. Hij had zich ergens boven met een paar flessen wijn opgesloten. Dat was weer het einde van vaders verjaardag.

Pa, ma en mijn zus in 1973
Het woord “Amsterdam” was hierdoor ook taboe. Ik wist natuurlijk wel dat mijn broer in Amsterdam was geboren, maar daar werd verder niet over gesproken.
Ik heb als kind een keer een zucht van mijn moeder gehoord: “Zondags naar de Jodenbreestraat…” Alsof het haar mond was ontsnapt, terwijl ze het zelf niet gezegd had. Ik wist dat de hele zin was: “Zondags gingen we naar de Jodenbreestraat taartjes eten”. Maar dat werd niet gezegd, want het was blijkbaar niet de bedoeling dat het gezegd werd.

Ik met ma in Amsterdam (2009?), foto door broer Jan

Pas toen ikzelf in Amsterdam woonde, maar vooral toen we met de stokoude oma nog vijf keer kerstmis in Amsterdam vierden (alle kleinkinderen woonden daar) drong tot me door wat een heimwee mijn moeder moet hebben gehad naar het Amsterdam van voor de oorlog.
Pas na haar 97e jaar heeft moeder me er een paar keer uitvoerig over de oorlog en daarvoor in Amsterdam verteld. (daarover latere blogs en zie blog: “Wonen in Amsterdam 1”)

Centraal Station 1940 (?), kaartenboekje van mijn ouders

De “Jodenbreestraat” van mijn moeder strekte zich uit vanaf het Centraal Station naar Artis.
Vanuit zeldzame verzuchting van mijn moeder is bij mij het beeld ontstaan dat heel Amsterdam op zondag na de mis of kerkdienst naar de Jodenbuurt trok. Een brede strook van flanerende mensen in hun zondagse kleding. Ze keken in de etalages van de boekwinkeltjes.  Ze aten, als er iets te vieren was, viskoekjes of gemberbolussen en dronken spuitlimonade. Er was Variété bij Schiller of op de Zeedijk. Vanuit de kroegen klonk vrolijk samenzang. Karaoke hoefde niet, want ieder kende de tekst. En buiten zongen de mensen gratis mee. Je kon, als je het geld er voor had, de nieuwste film zien bij De Smet en misschien een heel enkele keer bij Tuschinski.
En dan urenlang met mijn vader gearmd scharrelen op het Waterlooplein.

Foto van moeder: Kinderbewaarplaats aan de Plantage Middenlaan.
“De Jodencrèche was toen een walhalla van moderniteit”. Voor moeder als studente Kinderverzorging en Opvoeding een heerlijke werkplek. (september 1934- februari 1935)

Het Amsterdam van mijn studentenjaren was vervallen en verkrot. Natuurlijk niet zo’n puinhoop als toen mijn moeder Amsterdam in 1944 verliet. Het was een genot om mijn moeder in de rolstoel door Amsterdam te sjouwen. Voortdurend riep ze: “Wat is het mooi geworden!” “Laten we dat nauwe steegje nemen, dan komen we zo weer terug op het Damrak.”  “Niet te geloven, zelfs hier is alles geschilderd!”

Waterlooplein (1940?), kaartenboekje van mijn ouders
Voor ons jongeren en voor alle vreemde vogels in Amsterdam was het fijn dat in de jaren ’70 de naoorlogse wederopbouwplannen nog niet waren voltooid. Op de grachten zouden nieuwe zakelijke kantoorpanden verijzen. We vreesden een toekomst van de binnenstad als één grote Wibautstraat doorkruist met metrolijnen.

Dat moest anders!
De dicht getimmerde koopmanspaleizen aan de grachten, de gierende wind door de vervallen Oosterkerk. De hele verkrotte binnenstad daagde uit om wereldverbeteraar te worden.
Zo werd Amsterdam van Provo- tot Krakersstad.


In de Moses en Aaronkerk was een theetuin, waar ondanks of dankzij de wietlucht ieder naar hartelust creatief kon zijn.
Waartoe dient al dit hout aan de Zwanenburgwal? (tegenover Waterlooplein)
Er waren wel overal schuttingen en dichtgetimmerde ramen. Of zijn het nieuwe vloeren?
Aan de Keizersgracht.

Nieuwe Herengracht

                        
Rapenburgerstraat

Waterlooplein
Het Waterlooplein was ontruimd, maar de bouw van de Stopera liet nog even op zich wachten.
Ik heb toen een serie foto’s gemaakt die erg populair was onder mijn vrienden. Vooral vanwege de enorm hoge sprongen van de skaters. De foto’s heb ik toen weggegeven of als briefkaart verstuurd met het idee: ik druk ze nog wel een keer af. Nu weet ik niet meer waar die negatieven zijn…
Deze foto is als enige is overgebleven (1976?).
Als iemand nog foto’s heeft, die door mij in die tijd gemaakt zijn , wil ik ze graag inscannen.
Waterlooplein vanuit de Stopera 20-12-2016
Waterlooplein gezien vanuit de Jodenbreestraat.Waar deze mensen zo gezellig op de trappen zitten was in de jaren ’70 het Maupoleum.
Een gebouw in de stijl het modernisme van die tijd.
Door de Amsterdammers zo genoemd naar de eigenaar Maup Caransa, toen de grootste speculant in de binnenstad. Het werd gehuurd door de Universiteit van Amsterdam o.a. voor de faculteiten aardrijkskunde en economie.
Ikzelf was actief in de studentenbeweging en had aardig wat ervaring met het bezetten van universiteitsgebouwen. De bezetting van het Maupoleum was echter de kortste die ik ooit heb meegemaakt. We hadden ons verzameld in de voetgangersonderdoorgang van de mr Visserplein en kwamen makkelijk via de achterkant binnen en gingen naar boven. Maar al heel snel was er beneden iemand die de airco, verwarming en luchtverversing uitzette. In het Maupoleum kon geen een raam open. Er kon ook geen ruit worden stukgeslagen. In no time moesten we allen met barstende koppijn naar buiten. Het Maupoleum bleek een onneembaar fort.
In de avonduren was de open gevel een onderkomen voor junks en daklozen.
In 1994 is het afgebroken.
Het idee van de Binnenstad als één moderne snelweg was daarmee voorgoed verleden tijd.

Een zonnige dag in de  “Jodenbreestraat”  26-8-2017

 

 

Ook kleinere foto’s worden uitvergroot door aan te klikken .

Advertenties

Mosul 1973 Een onbezonnen reis naar de Hitte, deel 1: (Wonen in Amsterdam 3, zomers weg)


Mosul , Tigris
In 1973 had ik een vriend die met zijn volledige studiebeurs verreweg de rijkste was van mijn vrienden, maar voor juni al geen cent te makken had, terwijl in september de volgende uitbetaling was. Daarom gingen we op reis. Uit ervaring wist ik: twee of drie dagen liften naar Istanboel en dan koste het leven niet veel.
De studieboeken in de rugzakken en ons tentje opgezet aan de Zwarte Zee. Tussen de boeken had ik Herodotos in pocketuitvoering. Omdat we nu toch in de regio waren vonden wij beiden dit het leukste leesvoer. Uiteindelijk besloten we in de voetsporen van Herodotus te treden en verder op reis te gaan. Kris kras liftten we op de bonne fooi door Turkije om oudheden te bezoeken.

Migrantenfamilie in boomgaard, Platteland bij Kayseri

Oost Turkije
Aangekomen bij de Oostgrens lokte het “Land van Melk en Honing”, waar volgens Herodotos de druiven zo groot zijn als pruimen en de meloenen meters lang. We waren in Amsterdam nog zo gewaarschuwd: “Ga nooit in de zomer naar Irak”.
Daar op dat kleine stationnetje stond een schattig treintje naar Mosul…..
Toen we in Mosul uit het station stapten, zagen we een koperen kraan. Omdat we best wel dorst hadden, stapten we daar op af. Maar we werden tegen gehouden door twee jongetjes die in onze beide handen een meloen stopten. Ze gebaarden ons de kraan niet aan te raken, want we zouden onze handen verbranden.

Zicht vanuit ons hotel
Mijn vriend werd onwel en wilde geen stap meer verzetten. Hij bleef zitten bij de rugzakken. Een man gebaarde dat ik hem moest volgen voor een hotel. Springend van schaduw naar schaduw de wapperende wollen rokken volgend, kwam ik inderdaad aan bij een hotel. Alleen, het zat bomvol. Dat was geen probleem want na 16.00 uur was er zeker plaats. Wat bleek? In Mosul huurden zakenlieden overdag een bed om hun siësta te doen. ’s Nachts is het koeler en sliepen veel mensen onder bomen of op daken. Mijn vriend werd opgehaald en wij waren onderdak. Het hotel was enkele passen van de Tigris.

De Tigris vanaf de weg, die langs ons hotel liep
De eerste avond zochten we verkoeling op een soort boulevard. We werden aangesproken door jonge mannen die zeiden: “Please excuse me Sir, Do you want to be so kind, I want to practice English conversation…” We waren met stomheid geslagen. Meer dan 6 weken waren we door Turken aangestaard als of we aliens waren en hier hadden we gelijk contact. De meeste mensen waren Koerd en waren blij dat met de nieuwe president Hasan al Bakir en vice president Saddan Hoessein weer Koerdisch onderwezen werd op scholen en universiteiten.
Iedere avond gingen we naar de boulevard om op de bankjes te discussiëren met Irakezen.

De volgende dag lukte het om een reisgids te bemachtigen.
Natuurlijk was het ons doel om naar Ninive gaan. Dat was aan de overkant van de Tigris op ongeveer drie kilometer afstand.
We hadden gelezen dat er prachtige tuinen waren, waar je thee, frisdrank en sandwiches kon krijgen. We maakten het plan om ’s morgens om 6 uur te vertrekken die kant op. Want een uur later was het al te heet om een stukje te lopen.
Iedere nacht moesten we de randen van ons ijzeren bed goed omwikkelen met laken, anders schrok je verschrikt wakker als je het loeihete ijzer aanraakte. Ook moest ik dag en nacht de natte theedoek om mijn fotorolletjes verwisselen, want die was na drie uur kurkdroog.
Iedere dag opnieuw werden we niet om 5 uur wakker en was het al te heet om zover op stap te gaan.

We sjokten door ons straatje, waar de enorme pannen met darmensoep gezellig pruttelden. Zelf lieten we deze gewilde lekkernij aan de locals over en namen meestal brood met spiesjes schapenvlees, een bos peterselie en laban. Laban, een frisse joghurtdrank kreeg je in plastic slakom en moest je met een soepopscheplepel in je mond gieten. We namen samen één portie vlees. Dan hadden we ieder 3 ½ stokje, meer dan genoeg. Van alle kanten werden er stokjes met stukjes lamsvlees op onze bordjes gelegd, zodat we al gauw ieder een hele berg hadden. Het is tenslotte het land van overvloed en dan mogen gasten toch niet te weinig eten…
Zo verging het ons iedere keer. En kwamen we de eerste dagen niet verder dan ons eigen straatje.
Maar op een dag gingen we met een taxi naar de kamelenmarkt.

De meloenen, soms zo groot dat ze alleen door een tractor met shovel te tillen zijn

Het maakte Iraki’s niet uit of ze in de schaduw zaten of niet. Ons wel!
Het was er te warm om te fotograferen. De lucht zinderde, daar krijg je bewogen foto’s van.


Ik weet niet of ons hotel op deze officiële lijst stond. Alle straatnamen waren in het Arabisch.
We hadden geen water op de kamer en in de gezamenlijk douche stond frisdrank tot aan het plafond opgestapeld. Maar het was er schoon, gastvrij en veilig voor ons en onze bagage.

Op de zevende dag besloten we een taxi naar Ninive te nemen. We konden dan het heetst van de dag doorbrengen in de beschaduwde theetuin die er volgens de toeristenfolder zou zijn.
Wat we zagen toen we uit de taxi stapten, was indrukwekkend.



Op dit plaatje uit de folder is te zien groot alles was.
Maar we zouden zeker van dorst en hitte zijn omgekomen als de bewaker die er met zijn gezin woonde, ons geen onderdak had verschaft voor die dag.


Vanuit Ninive vingen we een glimp op van het platteland. Gedeeltelijk is het nu volgebouwd met flatwijken, die door het oorlogsgeweld vernietigd zijn.
Het was voor ons duidelijk dat we met de temperatuur van 55 C niet konden liften door Irak.
Over onze reis per vliegtuig naar Bagdad, per minibus naar Babylon en per trein naar Basra komt misschien nog een blog: deel 2 van de onbezonnen reis naar de hitte.

Irak is voor mij het land van het verlangen. Altijd het plan om terug te gaan als de temperatuur het toelaat om er te reizen. De bron van onze beschaving, 3500 voor christus. Al die prachtige indrukwekkende dingen die daar in of onder het zand liggen. Met de mooiste en vriendelijkste mensen van de wereld. Maar ja, oorlog…..

Een laatste blik op Mosul. Vanaf het vliegveld?????

Door foto’s aan te klikken worden ze uitvergroot.

 


 

Wonen in een havenbuurt. Hoogte Kadijk 82, 1969 – 1972 (Wonen in Amsterdam 2)

Zwart/wit foto’s zomer 1971, kleurenfoto’s voorjaar 2017 (behalve onderstaande foto uit 1973)
Klaas en Hans verhuizen mij van de Hoogte Kadijk naar hun onbewoonbaar verklaarde woning.

Mijn eerste adres zonder hospita.
Niet meer ‘s nachts buiten gesloten worden als ik na half elf ergens naar toe was gegaan. Zoals in de Watergraafsmeer. Mijn bezoek werd niet meer om 10 uur weggestuurd, zoals bij een hospes in de pijp. Nu huurde ik een woning rechtstreeks van een huisbaas. Dat voelde pas echt volwassen.
Ik genoot van de vrijheid. Ik schilderde vloer blauw en de kozijnen rood en spande de Nederlandse vlag als “deur”tussen de keuken en de kamer. De kamer was 1,90 bij 1,95. Mijn eenpersoonsbed en stalen boekenkast en één van de eetstoelen van de overleden hospita paste er precies in. De helft van het tafelblad uit mijn oude kamer legde ik op de leuningen van de stoel. Zo had ik een “bureau”, waarop ik kon typen. Het “bureaublad” lag meestal op mijn bed, als ik er niet zelf in lag. Als ik op de stoel ging zitten, plaatste ik het blad op de leuningen. En voor ik opstond moest ik mijn blad weer oplichten. Dat moest ik enige keren per uur herhalen, omdat de woning zo schuin was, dat regelmatig een balpen of potlood op de grond rolde. Met de Aladin, een rond oliekacheltje was de inventaris compleet. De muur achter het bed had ik beplakt met een dikke laag kranten en affiches, maar toch was deze altijd zeiknat. (zie brief aan de huisbaas)

Aan de noordkant van de dijk is alleen mijn “oude”huis afgebroken en door nieuwbouw vervangen.

Het vloeroppervlak van de keuken was 65 cm bij 3 meter. Daar stond een kookstel en waren een paar ingebouwde houten kastjes voor bordjes en kopjes. Het maximum aantal mensen dat in mijn woning paste was 22. Op mijn verjaardag tijdens de “Nieuwmarktrellen” zaten we met twee rijen dik op het bed, nog twee rijen er voor en ook de keukenvloer was vol. Mijn vriendenkring bestond zowel uit krakers als uit CPN-ers, maar het bleef toch heel gezellig, omdat iedereen met opgetrokken knieën bij elkaar op schoot zat en de hapjes vanuit de keuken over de hoofden heen moesten worden aangereikt.

Anders dan de buren.
Hoewel op Kattenburg de studentenflat al stond, was op de Hoogte Kadijk het begrip student volledig onbekend. Met de buren kreeg ik niet echt contact.

Aan de achterkant hingen waslijnen van huis naar huis en tijdens de afwas zong ieder vanuit het open raam liederen van de zangeres zonder naam. De mensen konden er heel goed zingen. Boven de werkplaats van autobedrijf Christo,  waar zoals op veel plaatsen in de stad toen, auto’s werden gerepareerd, was een Soos. En iedere vrijdag en zaterdag hoorde ik ze daar zingen tot midden in de nacht. Ik ben een paar keer alleen of met vrienden, de trap naar de Soos op gegaan, maar werd niet binnengelaten.

Hier was de garage Christo, toen wit geschilderd met daar boven de Soos.
Ik woonde als meisje alleen, zonder kind, was geen prostituee, ik was niet het vriendinnetje van de huisbaas en hield me ook niet met zijn illegale handel bezig, die mijn nachtrust verstoorde.
De bewoners van de Kadijken begrepen echt niet waarom ik daar woonde.

Mijn buurvrouwen lapten de ramen buiten terwijl hun kind naast hen in een tuigje vastgebonden in de kinderstoel zat. Vaak continue blèrend. Ik had dan de neiging om de baby een speeltje te geven tegen de verveling en apathie, maar durfde het niet. De iets grotere kinderen knikkerden in de goot. Sommigen hadden schurft of ringworm, in ieder geval grote kale plekken in hun haar. Ergens anders in Amsterdam heb ik dat ook later nooit meer gezien.

Het voorkamertje dat eigenlijk bij de woning hoorde was een tijd verhuurd aan een moeder met een tweeling van 7 jaar. De kinderen sliepen op tafel en de moeder er onder. De hele nacht door was het er een komen en gaan van mensen die met klopsignalen binnenkwamen.
Niet alleen kon ik alles horen omdat de andere kamer alleen door hardboard gescheiden was, maar op mijn deur werd ook vaak ’s nachts geramd. Die heb ik dus goed op slot gehouden.

Nog een beetje Haven.
Waren de bewoners van Kattenburg en Wittenburg havenarbeiders of handwerkers in de scheepsbouw, het beroep van mijn buren, die rondom het Entrepotdok woonden was minder duidelijk. Ik vermoed dat hun ouders en voorouders hun brood hadden verdiend met smokkel van drank en sigaretten en andere waar in het Havengebied. Het Entrepotdok was een sinds ongeveer een eeuw vrijhandelszone. Daarom was er toen een muur rondom gebouwd. Binnen de muren was een soort buitenland. Daar gold niet de Nederlandse wet en belastingen. Daar konden goederen vanaf de schepen zonder accijns of belasting rechtstreeks van de zeelui gekocht worden.
Het Entrepotdok zelf was, toen ik daar rechtvoor woonde, nog maar gedeeltelijk in gebruik. Vanuit mijn raam zag ik de hoge stenen muur en daarboven de klapperende houten luikjes van de lege pakhuizen.

De Pakhuizen van Het Nederlandsche Veem recht tegenover mij op de Hoogte Kadijk waren wel nog volop in bedrijf. Dagelijks werden daar goederen afgehaald, die door schepen via de Nieuwe Vaart waren aangevoerd. Ik stalde daar altijd mijn fiets. Als ik dan mijn fiets van het slot haalde, hielden de stoere havenarbeiders natuurlijk onmiddellijk op met hijsen. Een spervuur van opmerkingen daalden dan op mij neer.
Ik was voor mijn verdere leven goed gepokt en gemazzeld om alle opmerkingen van mannen te pareren.
Ik hield van deze bedrijvige havenbuurt met de vele kleine winkeltjes en vooral de vele kroegen en koffiehuizen. Al nam ik er als student niet echt deel aan. Overdag was ik op de universiteit of de bibliotheek of studeerde ik beneden aan de Durgerdammerdijk. Na de Mensa s’avonds ging ik vaak nog even bij vrienden langs, naar een vergadering of naar Olofspoort.

En als ik dan in de vroege ochtend thuis kwam, was het een komen en gaan bij de koffiehuizen of kroegen in de souterrains. Op het Kadijksplein stond het Zeemanshuis. Ondanks het donker of schemer was het dan in deze buurt een drukte van belang. Ik heb nooit de moed gehad om als meisje alleen een trapje af te dalen om daar een kijkje te nemen. Gingen de mensen in het donker van daar uit na een bak koffie of met een neut op aan het werk?

***

In het blog waarin dit verhaal vervolgd wordt  “Baden in de jaren 70” ga ik over de Kattenburgerbrug.

BRIEF AAN DE HUISBAAS:

  

“Ergste in de oorlog”. Wonen in Amsterdam 1


                                                                          Moeder te midden van haar vriendinnen voor de oorlo
g

Dit nieuwe fotoblog gaat niet specifiek over oorlog, maar over van alles en nog wat dat ik mij herinner, terwijl ik woonde in Amsterdam. Af en toe kijk ik vanuit een actuele gebeurtenis terug op hoe het vroeger was. Mijn moeder heeft van 1933 tm 1944  in Amsterdam gewoond en ook haar verhalen ga ik  delen. Zij heeft zelf prachtige “kiekjes” gemaakt.

Nu het bijna 4 en 5 mei is, staat deze blog in dat teken.

Ik vroeg mijn moeder eens:
Moeder, wat vond u het ergste van de oorlog?”

                                                                                                          
                                                                                                                                                    ma in 2009

Ze had me al verteld dat ze het vreselijk vond dat er lange rij joden voor de Hollandse Schouwburg stond.
“Je zou ze mensen er wel uit willen rukken en mee naar huis nemen. Of roepen: Ren weg: In Duitsland is niets dan onheil. Maar dat kon natuurlijk niet”. Ze fietste liever een uur langer om de Plantage Middenlaan te vermijden, dan dat ze die aanblik duldde.

**

Of was het die vreselijk schoonvader die kwam inwonen toen je hoogzwanger was ?
De Duitsers hadden hem bij je op de stoep afgeleverd omdat soldaten in het bejaardentehuis werden geïnterneerd.

                                                       
                                                  1940                                                                                                     1940

**

Of was het het moment dat je met kraamkoorts in het kraambed in OLVG lag, drie dagen na de bevalling van een tweeling ?  Een non die zegt:. “Die tweede koffer kleertjes hebben we maar weggegeven, die heeft u toch niet meer nodig”
Waaruit je moet afleiden dat één van je kinderen is overleden, maar het zal nog wel even duren voor je weet wie van de twee

**

Of dat je thuis komt met de baby:
45 dagen heb je braaf de moedermelk aan de non gegeven. Een vluchtige blik uit de verte in de couveuse van het olvg of jouw kind nog leeft. Want veel baby’s overleefden de nacht niet. Je hebt de non bij de ingang van de couveuse ruw weggeduwd en bent naar het wiegje gerend en hebt je kind meegenomen.
Thuis blijkt dat het kind dag en nacht huilt…
En dat met een echtgenoot die klaar staat ook je tweede kind naar het graf te brengen.
Huilende kinderen zijn maar lastig in de oorlog.

3 maanden later:  maart 1943

**

Je lievelingsbroer zit in het gijzelingenkamp, waar hij als bekende Nederlander ( voor anderen Anton van Duinkerken)  ieder moment volkomen onverwachts kan worden neergeschoten.
Als vergeldingsactie voor verzetsdaden.

**

Was het ergste dat je je mijn hele jeugd schuldig voelde omdat vader altijd last had van zijn darmen. Je had van die fantastische gerechten weten te brouwen van suikerbieten en bloembollen zonder vet of olie.

**

Of was het het moment dat je op de stoep van je nieuwe huis zat te huilen in een stad in het zuiden. De huisarts heeft je net verteld, dat je kind ondervoed is en op korte termijn vleesbouillon moet krijgen omdat het anders doodgaat. Je kent er niemand en alle buren denken dat je NSB-er bent.

**

Je vond het zo angstig om te leven met een vals paspoort.
Dan liever Amsterdam waar je je Ausweis in een schildpad kokertje bij je droeg, zodat je dat onmiddellijk te voorschijn kon halen. Anders mocht je toen in Amsterdam met je kleine postuur en ravenzwart haar niet in de tram of de bakkerswinkel.
                                        
                                                                                                          1941?

**

Of was het dat zelfs Bevrijdingsdag geen feest was. Dat je op de dag van de bevrijding van Breda, je kind dat voor jullie uit huppelde uit het vuurlinie moest trekken. De volgende dagen zaten jullie in huis opgesloten, omdat jullie dachten schoten te horen.

**

Dit was het antwoord van mijn moeder:
“Het allerergste van de oorlog vind ik, dat ik een keer het gevoel heb gehad dat ik een mens van uit de grond van mijn hart dood wenste. Je weet niet wat voor gevoel dat is. Dat wil ik echt nooit, maar dan nooit meer beleven.”

“We stonden met zijn allen op de stoep voor mijn huis. De Blauwburgwal.
Er was een Duitse soldaat in de gracht gevallen en hij kon niet zwemmen. We stonden daar op de stoep te kijken hoe die man spartelde. En we stonden allemaal hard te lachten en niemand deed iets. Uiteindelijk hebben andere Duitsers hem er uit gehaald.

Stel je toch voor: een onschuldige jongen!
Ik wist helemaal niets van hem. En ik wilde dat hij voor mijn ogen dood zou gaan.
Dat was voor mij echt het allerergste moment van de oorlog.”

Zo was mijn moeder.
Wie ze was en waarom ze naar Amsterdam was gekomen, vertel ik in volgende blogs.
                                            

**

Slot, Iran 10 (blog 32)

Dit is een wat abrupt slot. Ik had nog  wat blogs klaarliggen o.a. over “Martelaren” en “Arm en Rijk”, maar het kost me te veel tijd om alles wat ik schrijf op waarheid te controleren.
Daarom plaats ik hier een column van Carolien Roelants uit de NRC van 22-4-2017 .
Blijf vooral haar columns lezen.

 


(Deze foto’s zijn van de NRC. Hieronder nog wat fotootjes van mij .)

vraagje: waarom is Iran toch zo’n dodelijk gevaar?

“In Teheran, waar ik niet helemaal toevallig ben, is het een stuk lekkerder weer dan bij u in Nederland, en in het prachtig onderhouden Lalehpark zitten jonge mensen gezellig op het gras wat te praten. Ik weet niet of het de winkeliersvereniging of de gemeente is, maar tussen het postmuseum en het Golestan-paleis heeft iemand zorgvuldig goudsbloemen geplant rond de bomen. Groepen toeristen slenteren door de straten.

Welkom in Iran, het land dat een leidende staatssponsor is van terrorisme
Althans volgens de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Rex Tillerson. Die bevestigde vorige week dat Iran zijn verplichtingen onder het nucleaire akkoord met de wereld nakomt. Je zou kunnen denken dat naleving van het nucleaire akkoord enige ontspanning zou produceren. Maar nee. Tillerson voegde eraan toe dat „Irans provocerende acties de Verenigde Staten, de regio en de wereld bedreigen”. Washington gaat de komende drie maanden eens goed kijken of opheffing van sancties wel in het Amerikaanse veiligheidsbelang was.
In de tussentijd dreigen al nieuwe sancties. Het Congres wil Boeing verbieden nieuwe vliegtuigen aan Iran te leveren, waarvoor Obama toestemming heeft gegeven. De Iraniërs zouden er wel eens oorlogshandelingen mee kunnen verrichten. U weet dat Airbus in dat geval ook niet mag leveren, wegens zijn Amerikaanse onderdelen. Het Congres wil ook de Revolutionaire Garde, de waakhond van de islamitische revolutie, op de terreurlijst zetten. Dat laatste zou in feite alle economische voordelen van het akkoord voor Iran naar de prullenbak verwijzen. De Garde heeft zich namelijk in de Iraanse economie ingegraven. Wie met een van haar vele bedrijven zaken zou doen, zou dan op enorme boetes moeten rekenen.
Het vooruitzicht van zo’n ontwikkeling heeft al een verkillende invloed gehad op de internationale handel met Iran – grote bedrijven kunnen zich geen ruzie met de VS permitteren. Overigens heeft het akkoord de Iraanse economie hoe dan ook nog niet veel opgeleverd. De jeugdwerkloosheid is gestegen tot 30 procent – die gezellige meisjes en jongens op het gras in het park zijn waarschijnlijk werkloos.

Maar daar kom ik later nog wel eens terug. Mijn punt vandaag is een vraag, of liever twee vragen.
1) Waarom blijft Derde-wereldland Iran voor Amerika zo’n dodelijk gevaar? Kennelijk gevaarlijker dan de Islamitische Staat, want daarover hoor je nauwelijks meer uit Washington. Waar blijft dat geweldige plan van Trump om IS met wortel en tak uit te roeien? Hè? Hè?
U zegt nu: de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran. Maar waarom is die bezetting dan zo traumatisch en het Saoedische aandeel in de aanslagen van 9/11 niet?
En vraag 2), als Iran terroristisch is, is Saoedi-Arabië dat dan niet, dat van Indonesië tot Nederland radicalisering van gelovigen in de hand werkt met ruime financiële ondersteuning van scholen en moskeeën? Zie de NRC van zaterdag.
Maar zoals minister Tillerson Iran verketterde, zo prees zijn collega van Defensie Mattis tegelijkertijd Saoedi-Arabië de hemel in als een land dat zijn verantwoordelijkheden als leidende mogendheid in de regio op zich neemt.
Ja ja. Kennelijk door de infrastructuur van het arme buurland Jemen nu al twee jaar plat te bombarderen.
Op vraag 2) heb ik ook geen antwoord. Lucratieve wapenleveranties kunnen maar een deel van de verklaring zijn. Ik hou me aanbevolen. Begrijp me goed, het Iraanse regime is repressief en steunt volstrekt foute vrienden in de regio. Maar bedreigt het de wereld? Nee.”
Tot zover Carolien Roelants.

                                                                                                                                                Graf van Hafez

UITZICHT VANUIT HOTELS:
Toegift. Alle foto’s van de blogs kan je door op te klikken vergroten.
KASHAN                             6.30                                                                    14.30


ABYANEH                          6.30                                                                     12.30
.
ABYANEH                                        16.30                                                                     17.40


ISFAHAN


SANANDAJ                      9.45                                                                17.15

SHIRAZ                            7.00                                                                9.30


TEHERAN                       10.30                                                          17.00

TEHERAN                      17.30                                                            18.00


RAST                              10.00                                                                 17.30


YASD                         7.30                                                                    17.30


TAKAB                                                       7.00

Dit is voorlopig het einde van het blog over Iran.
Het volgende thema is “Wonen in Amsterdam”
Ik ben niet op reis, maar deel mijn herinneringen over wat ik beleefde in Amsterdam vanaf 1968 met oude en nieuwe foto’s.
En de verhalen van mijn moeder over wonen deze stad vanaf 1933 tm 1944 met de foto’s die zij gemaakt heeft.

 

 

 

 

 

Iran 9 Masjed-e-Shah, Isfahan (Blog 31)

(Zie ook IRAN 3: Van plein naar plein (blog 25)IMG_20140923_0005Eén van de redenen waarom ik terug wilde naar Isfahan was de Mashed al Shah.
De bouw van de moskee begon in 1612 in opdracht van sjah Abbas I de Grote.
Was de moskee werkelijk zo groot, zo stil, zo mooi, als in mijn herinnering?IMG_20150326_0011Ja, dat was zo.  Dit is de doorkijk, zoals ik die in 1973 fotografeerde.
Maar ik was er november 2014 tijdens de Muharram.  DSC_0898 2

DSC_0915 2DSC_0884 Op prachtige binnenplaats is voor de Muharram een enorme tent gebouwd om grote hoeveelheid gelovigen te kunnen bergen.IMG_20140923_0003 (3)
Dit is een intiem binnenplaatsje bedoeld voor de studenten van de Madrassa. (1973)DSC_0887

DSC_0890DSC_0903
Het wordt achteloos ontsierd door partytent, geparkeerde brommers en plastic banken.
DSC_0916 DSC_0917 2DSC_0883 2
Op onverwachte hoeken overal binnen in de moskee kom je martelaren tegen.DSC_0792 (2)Maar ik vermoed dat buiten de Muharram ook de nodige lappen het moois verbergen. Zoals op alle moskeeën kijken Khomeini en Khamenei tig keer levensgroot op de mensen neer. Dit is niet echt een verfraaiing van historische gebouwen in Iran
DSC_0919 DSC_0886Dit is nu de hoofdingang           Dit is binnen in de moskee de ingang voor kinderactitiviteiten.DSC_0894 2 DSC_0896 2
Het meest opmerkelijke vond ik, dat in de moskee zelf deze slonzige plek is ingericht, waar  tegeltjes worden verkocht van stripfiguren of zonnebloemen, in één kleur geschilderd.IMG_20150326_0013 1973: Als je alleen naar boven kijkt, ja dan is er weinig veranderd. DSC_0918 2Ook in 2014 schoonheid alom.

Foto’s worden vergroot door aan te klikken

Graag commentaar.

IRAN 8: Handwerk (blog 30)

In Iran in1973 was ik  getroffen door schoonheid van de vele handwerkers. In de soek van Isfahan werd in iedere nis een ander product gemaakt. (zie ook blog 3, maart 2015).
IMG_20150326_0008Deze man repareert in 1973 geen schoenen, maar hij maakt ze ter plaatse met autoband als zool.
IMG_20150326_0007Deze man bedient de blaasbalg, waarmee hij zijn vuurtje aanwakkert om te smeden.(1973)
DSC_0942 2November 2014 maakt een vakman ook koperen pannetjes, maar hij heeft er geen vuur bij nodig.
DSC_0947Hier snijden ze ijzer en aluminium, maar ik weet niet hoe het gemonteerd wordt. Ik zag geen vuur.DSC_0350Restauratie van het fijne werk, dat je zoveel ziet in Iran.
DSC_0506 DSC_0508
De beroemde peperdure zeer fijn geknoopte Perzische tapijten worden in familiebedrijfjes in Nain gemaakt. Alleen op bestelling van over de hele wereld. Het kan even duren voor er een nieuwe bestelling wordt aangenomen.
DSC_0469 DSC_0467

DSC_0497 DSC_0476

DSC_0499Deze grotten in Nain zijn 700 jaar oud. Er worden schapen- en kamelenlappen geweven.
DSC_0800 DSC_0717

DSC_0812 DSC_0802In Isfahan worden nog veel luxegoederen met de hand bewerkt.
IMG_20140923_0004 (4) IMG_20150326_0009In 1973 werd het brood gebakken in grote klei-ovens, waarin je het vuur kon zien.
DSC_0635Nog steeds wordt de hele dag door het brood gebakken dat je gelijk op moet eten.
Nu meestal op een elektrische plaat. In deze tonnen wordt het brood net als vroeger tegen de wand geplakt, maar vuur zie ik er niet meer in.

DSC_0971

DSC_0966 DSC_0965In deze prachtige ruimtes aan de achterkant van de Meidan-e-Imam in Isfahan maken mannen rugzakjes en koffers.
DSC_0970

Met een dubbelclick op één van de  foto’s wordt deze groot weergegeven. Daarna op pijltje naar links klikken voor weer klein.

IRAN 7: Muharram (blog 29)

DSC_0703Muharram is de maand van rouw om de dood van Hoessein ibn Ali: de grondlegger van het Sjiisme, kleinzoon van de profeet Mohammed. Het is de eerste maand van de islamitische kalender. In de slag bij Karbala is Hoessein ibn Ali met zijn hele familie vermoord. (Zie IRAN 4   over de kinderrouw)
DSC_0392 2 DSC_0708
Omdat in Iran het Sjiisme een staatsgodsdienst is, is de muharram overal aanwezig. Straten worden versierd.
DSC_0710 DSC_0711
De historische gebouwen worden er niet mooier van.
In de laatste negen dagen van de rouwmaand zijn er iedere dag andere rituelen ter nagedachtenis aan familieleden van de familie van Hoessein. In de moskeeën worden ’s avonds speciale liederen gezongen en verhalen verteld. Daarna drinken familie en buren voor de moskee samen koffie of thee.
DSC_0793In tegenstelling tot het Soenisme zijn er in het Sjiisme wel afbeeldingen van mensen en dieren. Dit lijkt me een voorstelling van de slag bij Karbala. Zijn de afgebeelde wezens heilig dan worden hun gezichten onherkenbaar gemaakt.
DSC_0841 DSC_0690
Het is de tijd van straattoneel, grote musicalspektakels en zelfs het nabootsen van de hele veldslag. Dat kan alleen buiten de stad. De Laatste dag is de Asjoera. Maar die heb ik zelf niet meegemaakt. Zowel mannen als  vrouwen huilen urenlang in de dagen van rouw. Het schijnt dat zo spanningen uit het dagelijks leven ontladen worden.
DSC_0854Wordt hier in de muharram reclame gemaakt voor deze woningen??DSC_0941
Door de straten lopen optochten van mannen, die zich slaan met kettingen opgezweept door trommelmuziek. In de soek is alles voor de Muharram te koop, ook de geselingskettinkjes.
DSC_0363Dit loodzware smeedijzeren geval is bedoeld voor de Muharram-processie en wordt door één man gedragen. Wel steeds afgewisseld door anderen.
DSC_0394Her en der in Isfahan stonden de attributen voor de processie.
DSC_0360 DSC_0880DSC_0879

DSC_0686 DSC_0689
Dit filmpje geeft een aardig indruk van zo’n processie in Rasd.

DSC_0551 DSC_0495Deze enorme tent (in Yazd) wordt door ongeveer vijftig man gedragen.  Rechts de binnenkant van een kleinere uitvoering (in Abyaneh). De processie is echt alleen voor mannen.
DSC_0882Hier naast de Armeense kerk in Isfahan werd de hele dag aan iedereen gratis thee geschonken met koekjes.
Een uurtje later zou een massa gezinnen zich in de portieken en op de stoepen neervlijen om uit plastic bakjes rijst met vleessaus te eten dat voor de moskee was uitgedeeld.
DSC_0362Hoewel alle verhalen over oorlog en rouw gaan, deed de sfeer mij vooral denken aan saamhorigheid met familie, dorp en buren, die ook katholieke rituelen als carnaval en passie en Pasen kenmerkt.

IRAN 6: Verkeer (blog 28)

Sommige mensen vinden het verkeer in Amsterdam een chaos.
Die zijn vast nooit in het Midden Oosten geweest.Iran verkeer (3)Een kleine rotonde. Als je goed kijkt zie je een politieagent en een stoplicht. Het leek mij dat niemand zich iets aantrok van de agent of van het stoplicht. Het verkeer rijdt in één richting.
Iran verkeer (5)
Lang gewacht tot agent en stoplicht te zien zijn.
Iran verkeer (10)
Een voetganger, die in Iran wil oversteken, stort zich in de rijendikke, gestage stroom auto’s. Je probeert oogcontact te krijgen met de chauffeur van het aanstormend voertuig en loopt gestaag door met de ogen gericht op de volgende auto. Het gaat voor zover ik ervaren heb, altijd goed. Oppassen voor brommertjes want die stoppen niet, nergens voor, nooit.
Een van de algemene gebruikte verkeersregels in Iran is, dat brommers, scooters en motoren altijd voorrang nemen, krijgen en dus hebben. Verder gaat het er in het verkeer tamelijk gemoedelijk aan toe, als je dat vergelijkt met Turkije of Egypte. Er wordt vriendelijk voorrang verleend. En sommige mensen hebben haast, die auto’s mogen voor en slalommen door de trage stroom.
Iran verkeer (9)
Voetgangers weten hun weg te vinden.
Iran verkeer (14) Iran verkeer (16)
De brommertjes ook.
Iran verkeer (25)
Een motor is het vervoersmiddel voor het gezin.
Iran verkeer (26)
Dit soort verkeersdeelnemers lopen ook op straat.
Iran verkeer (23)
Een stoplicht en een oversteekplaats, maar deze vrouwen steken tussen de auto’s door over. Auto’s doen ook niet wat je zou verwachten. Als auto’s moeten stoppen op een kruising zoals hier, rijden de eerste drie rijen auto’s door rood.
Vrouwen mogen wel een auto besturen, maar mogen niet voorop een brommer.
Iran verkeer (27)Politie in actie.
DSC_0755Dit is een ondergrondse rotonde in Isfahan, met planten en fonteinen. Een busstation is daar ook.
Iran verkeer (30) Iran verkeer (33)Deze oversteekplaats ziet er keurig aangelegd uit, maar is totaal onbereikbaar. Ondoordringbare beplanting staat aan weerszijden.

 

IRAN 5: Zayandeh (blog 27)

DSC_0783
Behalve door moskeeën, paleizen en de souk is Isfahan ook bekend om zijn 11 bruggen. De oudste stamt uit de 11 eeuw, de bekende Si-o-se-pol uit 1632.
DSC_0985
Van de rivier, Zayandeh is niet veel over. Minder regenval, waar het hele Midden Oosten last van heeft, maar ook slecht watermanagement is de oorzaak. Verschillende bewoners van Isfahan vertelden mij dat het water door een stuwdam de provincie in gestuurd wordt. Als de hoogwaardigheidsbekleders bezoek ontvangen, laten ze het water even door Isfahan stromen.
En in de winter in de regenmaand is er water.
DSC_0979 DSC_0975
Het water wordt wel altijd verwacht………
DSC_0860
Nog steeds is de rivier de plek om ’s avonds te flaneren. vooral rond en op de Si-o-se-pol.
DSC_0789
Of te picknicken.
DSC_0791 DSC_0856

DSC_0862 DSC_0199
De Iraniërs zijn blijkbaar bang dat je verdrinkt, en dat niet alleen in Isfahan.
DSC_1044
Dit was eens een eiland met restaurantjes. Het is nu een kinderopvang, waar kinderen kunnen tekenen en spelletjes doen.
DSC_0851
Ook deze bomen langs de droge grachtjes in de stad hebben te leiden  van de droogte.